Grace Bundel (57) werkte jarenlang als manager bij een bank, maar stapte 8 jaar geleden over naar het onderwijs. “Ik geef economische vakken en ben mentor. Als manager stond ik al stevig in mijn schoenen, maar in het onderwijs ontdekte ik pas echt wat ik te bieden heb.”
Voordat ik overstapte, werkte ik ruim twintig jaar in het bankwezen, in een leidinggevende functie. Na vele veranderingen binnen de bank voelde ik op een gegeven moment dat ik iets anders wilde. In gesprek met een coach kreeg ik ruimte om na te denken over mijn toekomst. Onderwijs stond nooit op mijn lijstje, totdat mijn coach het noemde. Ik dacht dat ik het geduld miste om lerares te zijn, maar mijn nieuwsgierigheid won.
Ik liep een dag mee op het ROC in Amstelveen en merkte hoe goed het voelde om iets te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van jongvolwassenen. Daarna startte ik de kopopleiding Tweedegraadsleraar aan de HvA om mijn bevoegdheid te halen. Dit wilde ik combineren met lesgeven, idealiter op een school in Zuidoost: divers, dynamisch en helemaal Amsterdam. Mijn eerste sollicitatie bij het ROC van Amsterdam – Flevoland leverde geen uitnodiging op, dus besloot ik te bellen: ‘Mag ik anders stage lopen?’ Dat mocht. Twee dagen per week stond ik voor de klas, waarop ik vervolgens toch ben aangenomen. Tot mijn verrassing werd ik in het 1e jaar na mijn aanstelling uitgeroepen tot ‘docent van het jaar’. Het voelde meteen goed.
Mijn eerdere ervaring helpt me elke dag
Veel van wat ik in het bankwezen leerde, neem ik mee de klas in. Het autonoom voor een groep staan, luisteren, omgaan met weerstand: studenten kunnen óók heel goed weerstand bieden. Maar uiteindelijk willen ze hetzelfde als iedereen, namelijk gezien worden, serieus genomen worden en zo vrij mogelijk zijn.
Als mentor begeleid ik een klas van 21 eerstejaars, maar eigenlijk blijf ik voor al mijn oud-studenten mentor. Ze komen langs voor advies, een praatje, een grapje of gewoon even steun. Dat zijn ook de momenten waarvoor ik dit werk doe.
In paniek de klas in
Op het ROCvA-F geven we projectonderwijs, daarin werken studenten aan opdrachten die aan praktijksituaties gekoppeld zijn. Mijn aandacht ligt in deze opdrachten niet alleen op de inhoud, maar vooral ook op sociale vaardigheden. Soms kondig ik een presentatie aan terwijl ik weet dat we daar diezelfde les niet aan toekomen. Niet om vervelend te zijn, maar om studenten te laten oefenen met verwachtingen en onverwachte situaties. De volgende les zie je vaak de paniek: ‘Moeten we dan nu presenteren?’, maar ze staan er toch en soms met verrassend sterke presentaties. Dat maakt me trots en daardoor groeien ze niet alleen als student, maar ook als mens.
De wereld komt mijn klas binnen
Eén van de grootste uitdagingen in het onderwijs vind ik de invloed van thuissituaties en wat er in de wereld gebeurt. Studenten nemen dat vanzelfsprekend ook mee de klas in. Ik kan hun problemen niet altijd oplossen, maar ik kan wel naast ze staan. Ik zoek contact met ouders, luister en stel vragen. Ik probeer studenten de ruimte te geven om hun eigen mening te vormen, zonder de mijne op te dringen. Dat is soms lastig, maar juist daardoor ook voor mij een goede leerschool.
Sindsdien nooit getwijfeld
Terug naar het bankwezen wil ik nooit meer, ook al heb ik er een fijne tijd gehad. Maar het onderwijs heeft mijn hart gestolen. Dit vak houdt me jong en scherp. Studenten zijn kritisch, stellen moeilijke vragen en geven eerlijke feedback. Ze houden je echt een spiegel voor en ik leer elke dag van hen.
En eerlijk: ik ga nooit met pensioen. Ook op mijn 70e zal ik nog graag in het onderwijs staan, al is het als surveillant. Ik wil blijven bijdragen.”
“Wees je beste zelf. Studenten prikken overal doorheen.”
“Zij-instromers adviseer ik altijd om ervoor te gaan, maar doe het wel oprecht. Blijf bij jezelf, want studenten voelen alles. Grijp kansen, zoals trainingen, projecten en cursussen met beide handen aan. Met wat je daar leert kun je het vak nog leuker maken voor jezelf én voor je studenten.
Waar ik het voor doe
Uiteindelijk wil ik studenten weerbaarder maken. Ik vertel ze dat ze bij alles wat ze doen hun allerbeste zelf moeten zijn. Ik wil een veilig leerklimaat creëren waarin ze kunnen groeien, ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen. Diversiteit en inclusiviteit zijn voor mij dagelijkse praktijk. En als mijn studenten hun diploma halen, na vele uitdagingen te hebben overwonnen, dan weet ik dat dit is waarom ik docent ben geworden.”