Waarom begeleiding het verschil maakt.
Het proces van een overstap naar een baan in het onderwijs verloopt voor iedereen anders. Lotte Companjen en Bo Bruinsma, beiden werkzaam op de Pro Rege School in de Amsterdamse Onderwijsregio, kozen voor een carrière als leerkracht, maar de weg daarnaartoe zag er voor beiden verschillend uit.
Lotte volgde het reguliere zij-instroomtraject, met ondersteuning en begeleiding volgens de Amsterdamse werkwijze. Bo begon, samen met enkele andere startende zij-instromers, aan een mini-opleiding in de school (MOISZ). Binnen dit traject worden zij-instromers extra begeleid en ondersteund met een langere, zachte landing in het onderwijs. Ze leren van elkaar en van ervaren leraren om na een jaar goed toegerust aan de slag te gaan op een school waar minder begeleiding mogelijk is. Wat maakt de mini-opleiding zo waardevol? En hoe helpt dit initiatief om het lerarentekort in Amsterdam aan te pakken?
Zij-instromer worden: een uitdagende weg
Lotte Companjen studeerde eerst Voeding en Diëtetiek, maar ontdekte al snel dat haar hart bij het primair onderwijs lag. Via 1Loket voor zij-instromers in het Amsterdamse basisonderwijs vond ze haar weg naar de pabo.
“Ik wist dat ik leraar wilde worden, maar het was pittig om meteen in het diepe te springen,” vertelt Lotte. “Ik wist niet wat ik qua begeleiding kon verwachten en of ik me verloren zou voelen voor de klas.” Om gevoel te krijgen bij het vak, werkte Lotte naast haar studie als invaller op verschillende scholen. “Ik leerde veel, maar het was ook stressvol. Ik moest in elke nieuwe klas mijn draai vinden en miste iemand die me echt begeleidde.” Lotte realiseert zich nu hoeveel makkelijker haar overstap naar het onderwijs had kunnen zijn. Via een voorlichtingsbijeenkomst van 1Loket begon ze aan het ZiB-traject, na een praktijkselectie. Inmiddels staat ze vijf dagen per week met veel plezier voor een kleutergroep. Ze ziet het belang van het huidige zij-instroomtraject en ook het concept van de mini-opleiding. “Ik heb het uiteindelijk gered, maar ik ken genoeg mensen die na een paar maanden stopten omdat de druk te groot was en de begeleiding te weinig. Een traject zoals het nu is en ook de mini-opleiding kan daarin echt het verschil maken.”
Een soepele start dankzij de mini-opleiding
“Werken in het onderwijs trok me, maar ik wist niet wat de mogelijkheden waren. Waar begin je met oriënteren?” Bo Bruinsma is afgestudeerd in de rechten, maar voelde steeds sterker de wens om voor de klas te staan. Lange tijd dacht ze dat de pabo alleen bedoeld was voor mensen die al vroeg zeker weten dat ze leraar willen worden. Later ontdekte ze dat er via zij-instroom ook andere wegen zijn naar het onderwijs. Om te ontdekken of het vak bij haar past, meldde Bo zich aan voor het zij-instroomtraject. Bij AMOS hoorde ze over de mini-opleiding van de Amsterdamse Onderwijsregio en dat Pro Rege een mini-opleiding in de school (MOISZ) zou opstarten.
Bo schreef zich uiteindelijk in voor een zij-instroomtraject, zodat ze als leraar in het primair onderwijs aan de slag kon. “Ik voel me alsof ik in een warm bad beland dankzij de begeleiding op Pro Rege. De mini-opleiding helpt me groeien in het vak en bevestigt dat dit echt bij me past en maak ik op een nog een veiligere manier kennis met het onderwijs. Zo kan ik ervaren of dit echt iets voor mij is.” Tijdens het traject werkt ze als zij-instromer in beroep (leren en werken gaan hand in hand). Ze krijgt, net als bij het reguliere traject voor zij-instromers, coaching, doet direct praktijkervaring op in de klas en krijgt door MOISZ langer een dubbele bezetting dan in het reguliere traject. “Die extra begeleiding maakt voor mij echt het verschil. Dat geeft me het vertrouwen om door te zetten,” vertelt ze met een glimlach. Ze geeft nu met enthousiasme les aan groep 5 en rondt haar pabo af.
Deze aanpak ging van experiment naar bewezen succes. Nieuwsgierig? Lees het gehele artikel over de mini-opleiding, geschreven door de Realisatie-Eenheid (Ministerie van OCW). Daarin komen Marlies Oonk, schoolleider van de Pro Rege School in Amsterdam, en projectleider Jacqueline Sweerts aan het woord.